Omdat de beursdeuren van de Caravana in
Leeuwarden die ochtend nog niet open zijn val ik in een gesprek dat een aantal ook
wachtende mannen heeft. Aan hun jasje of overhemd zie ik welke toeleveranciers aan
de kampeerbranche zij vertegenwoordigen. Ik zal die namen hier niet noemen,
want wat zij zeiden en nadrukkelijk beaamden is dusdanig triest dat zij bij het nalezen
zichzelf waarschijnlijk een slag in de rondte schamen. Of hoop ik dat alleen maar?
“Laatst was ik in Zweden en weet je wat ik daar zag?
Een hele grote vrachtwagen met aan de zijkant achteraan het hoofd van Greta,
weet je wel? Vanaf de voorkant liep een hele dikke rioolbuis naar achteren en
die kwam precies in de mond van die Greta uit. Ja man, die Zweden zijn helemaal
klaar met die Greta.” Hartelijk lachend betuigden de toehoorders hun
instemming. “Geweldig”, vond de één. “Ik
word doodziek van dat milieu”, zei een ander, vrijwel zeker zonder te beseffen
wat hij eigenlijk zei.